Onderwijsdiner MOOCs, kansen voor leven lang leren en Publiek Private Samenwerking

18 november 2014

Tijdens het tweede Onderwijsdiner MOOCs van ConQuaestor wisselden bedrijfsleven en onderwijs ideeën uit over online leren. Ondanks uiteenlopende invalshoeken en obstakels zien beide partijen tal van mogelijkheden om online learning toe te passen.

Naast MOOCs (Massive Open Online Courses), of SPOCs (Small Private Online Courses) worden de nieuwe online leerplatformen ook gebruikt voor onderzoek. Alle partijen zijn het eens over het feit dat blended learning de toekomst heeft. Online onderwijs vult het offline onderwijs aan. De voordelen van online learning zijn flexibiliteit, toegankelijkheid, individualisering en een hoger rendement. Deze voordelen komen als geroepen, want de Commissie- Rinnooy Kan heeft laten zien dat Nederland slecht scoort op het gebied van deeltijd onderwijs voor werkenden: het hoger onderwijs heeft een stevige impuls nodig. Alexander Rinnooy Kan toonde zich in zijn bijdrage zeer tevreden met het feit dat minister Bussemaker het advies van de Commissie Flexibel Hoger Onderwijs voor Werkenden volledig heeft overgenomen.

Steeds meer Nederlandse universiteiten experimenteren met MOOCs en sluiten zich aan bij de MOOC platforms. Zij voelen de concurrentie tussen universiteiten op de wereldmarkt. Zo huurde de Universiteit van Stanford onlangs drie film- en videospecialisten uit Hollywood in om hun MOOCs nog aansprekender te maken. Dat vertelde Tom Mulder, strategisch adviseur van de rector-magnificus van de Universiteit van Twente, tijdens het tweede Onderwijsdiner MOOCS van ConQuaestor in het Amsterdamse EYE. ‘Dit laat zien tegen wat voor partijen we het moeten opnemen’, aldus Mulder. ‘Dat betekent dat je goed moet bedenken op welke gebieden je wilt concurreren en op welke gebieden je beter kunt samenwerken’.

Dat juist Stanford werd genoemd, is geen toeval. Deze Amerikaanse universiteit is pionier op het gebied van MOOCs. Sebastian Thrun van Stanford lanceerde de eerste succesvolle MOOC in 2011. Sindsdien is deze vorm van online onderwijs exponentieel gegroeid. Honderden universiteiten bieden ze aan en miljoenen studenten van alle leeftijden en overal ter wereld volgen deze interactieve cursussen.

MOOCs worden door universiteiten gezien als aanvulling of vervanging van de klassieke hoorcolleges, voor studenten in andere landen, in schakelprogramma’s, om studenten met studiedeficiënties snel bij te spijkeren en voor voorlichting aan studiekiezers. Een interessant didactisch element is dat studenten elkaar ook helpen in een virtual classroom, zodat er meer interactie is dan in bijvoorbeeld hoorcolleges. Maar MOOCs helpen universiteiten ook hun naamsbekendheid te vergroten omdat ze een zeer groot publiek bereiken. Dankzij de populariteit kunnen snel grote aantallen personen worden bereikt en opgeleid. Zo is er een ebola MOOC beschikbaar via een UK platform, gericht op voorlichting en praktische tips aan burgers over hoe besmetting te voorkomen. Gezien het grote succes daarvan, denken we dat aanvullende MOOCs voor andere doelgroepen kunnen helpen kennis te vergroten om zo iets tegen de verspreiding te doen van ebola en andere infectieziekten’, aldus Arie den Boon, adviseur online onderwijs bij de Universiteit van Amsterdam.

In Nederland zijn de Universiteit Leiden en de TU Delft pioniers op het gebied van MOOCs. Vorig jaar lanceerde de TU Delft een online cursus over zonne-energie die bijna 60.000 belangstellenden trok en dankzij het toegestuurde materiaal van de deelnemers de grootste database van solarsystemen genereerde. Inmiddels heeft de TU Delft al 12 MOOCs online. Delft zet nu een volgende stap en gaat een betaalde variant aanbieden. De technische opleiding vraagt $250 voor een online cursus over Economics of Cybersecurity. ‘Het heeft weinig zin een vergoeding te vragen voor een cursus die elders gratis wordt aangeboden’, zegt Mariëlle Vogt, financieel directeur van de TU Delft. ‘Daarom hebben we gekozen voor een specifiek onderwerp dat interessant is voor een beperkte doelgroep, gericht op professional education. We verwachten uiteraard minder aanmeldingen dan bij een gratis MOOC, maar deelnemers die heel bewust kiezen voor deze module en belanghechten aan interactie met andere professionals.’
Dit soort cursussen voor specifieke doelgroepen zijn een nieuwe loot aan de stam met online-concepten. Ze worden SPOCs (Small Private Online Course) genoemd.

Verdienmodellen
Het vragen van geld is een van de manieren de kosten van de productie van MOOCs en SPOCs terug te verdienen. Veel onderwijsinstellingen zoeken nog naar een verdienmodel. Sommige rekenen geld voor aanvullende diensten, zoals verified certificates voor examens, voor clusters van gerelateerde courses of voor persoonlijk contact met docenten en hoogleraren. Daarnaast worden kosten terugverdiend doordat de courses zonder veel inspanning door de docent vaker kunnen worden gegeven en doordat de video’s voor allerlei andere onderwijsdoeleinden worden ingezet. Een MOOC kan ook inkomsten genereren in de vorm van onderzoeksgegevens die de deelnemers verzamelen. Het draait bovendien niet alleen om geld. De grotere naamsbekendheid van universiteiten wordt als zeer waardevol gezien en helpt universiteiten nieuwe topstudenten en toponderzoekers aan te trekken.

De TU Delft merkt dat verschillende prijzen vragen aan studenten veel voeten in de aarde heeft. De TU is niet gewend om wisselende prijzen te hanteren voor studenten in haar factureersysteem. ‘Over dit soort onderwerpen adviseren wij  zegt Astrid van Noortwijk, verantwoordelijk voor de onderwijssector binnen ConQuaestor en initiator van het Onderwijsdiner. ‘Wij kijken wat de gevolgen zijn voor de reguliere processen en systemen als een onderwijsinstelling online onderwijs gaat aanbieden.’

Ondanks veel experimenten met online onderwijs is het met de participatie van volwassenen aan hoger onderwijs is Nederland bedroevend gesteld, vertelde Alexander Rinnooij Kan. De voormalig SER-voorzitter heeft het onderwijs aan werkenden in kaart gebracht in zijn rol als voorzitter van de commissie Flexibel Hoger Onderwijs voor Werkenden. OCW heeft deze commissie in het leven geroepen.

‘Iedereen praat al jaren over het belang van een leven lang leren voor de Nederlandse economie, maar er zit weinig schot in’, aldus Rinnooy Kan. ‘Mensen die al lang betrokken zijn bij dit onderwerp hebben het gekscherend over een leven lang leuteren.’

Vergeleken met andere landen scoort Nederland slecht als het gaat om de deelname van volwassenen aan deeltijdonderwijs. ‘Het is gênant en zorgelijk. Gênant omdat Nederland zich profileert als een toonaangevende kenniseconomie. En zorgelijk omdat er ondanks allerlei pogingen het onderwijs beter te laten aansluiten bij de behoeftes van het bedrijfsleven er geen vooruitgang wordt geboekt.’

De reden voor deze situatie is volgens Rinnooy Kan dat hoge scholen en universiteiten op geen enkele wijze rekening houden met de wensen van deeltijdstudenten. ‘Die hebben het druk met werk en gezin en hebben behoefte aan flexibiliteit. Ze willen bijvoorbeeld modules kunnen volgen en erkenning van de kennis die ze al hebben.’

Dat gebrek aan flexibiliteit is geen onwil van hoge scholen en universiteiten. ‘Ooit is besloten dan deze onderwijsinstellingen die worden bekostigd door de overheid niet mogen concurreren met private instellingen. Dat is opgelost door het onderwijs voor deeltijders uiterst onaantrekkelijk te maken. De bekostigde instellingen mogen geen modulair onderwijs en geen opleiding buiten hun vestigingsplaats aanbieden’, aldus Rinnooy Kan.

Vouchers zijn een belangrijk deel van de oplossing volgens het advies van de commissie,. ‘Met vouchers voor studenten en het opheffen van de beperkingen voor universiteiten krijg je meer vraagsturing en een gelijker speelveld’, aldus Rinnooy Kan. ‘Bovendien is het mogelijk beleid te voeren met die vouchers. De overheid kan ze beschikbaar stellen aan bepaalde doelgroepen en bijvoorbeeld meer waarde toekennen bij technisch opleidingen waar de overheid extra belang aan hecht.’

Het advies van de commissie is eind oktober volledig overgenomen door minister Jet Bussemaker van OCW. ‘Ik ben veranderd van een sombere observator in een enthousiaste adviseur’, constateerde Rinnooy Kan.

Online
Een van de andere aanbevelingen van de commissie is dat online onderwijs moet worden gestimuleerd omdat het bij uitstek de mogelijkheid biedt onderwijs te flexibiliseren. Online onderwijs in de vorm van MOOCs kan volgens de commissie leiden tot een enorme groei van de deelname aan onderwijs door volwassen self learners.

‘MOOCs kunnen op den duur worden geïntegreerd in onderwijsprogramma’s’, schrijft de commissie. ‘Daarnaast zal een groei van het aanbod van MOOCs (...) leiden tot een groeiende vraag van studenten naar validering van de leerresultaten/certificaten die zij op eigen initiatief hebben verkregen door succesvolle afronding van een MOOC.’

Volgens Rinnooy Kan ligt de bal nu bij de onderwijsinstellingen. Die moeten met onderwijsmodules komen zoals MOOCs die voorzien in een behoefte. De Universiteit Leiden investeert al meerdere jaren flink in experimenten met betrekking tot  leven lang en online leren.  De Universiteit Leiden investeert in totaal al in 20 MOOCs en 10 SPOCS geïnvesteerd,  licht Prof.dr.Simone Buitendijk, vice-rector magnificus van de Universiteit van Leiden toe. Met de eerste zes zijn al meer dan 200.000 deelnemers bereikt uit 196 landen.  “We moeten een businessmodel vinden om deeltijdonderwijs te kunnen aanbieden volgens onze kwaliteitseisen. Om dat te vinden moeten we ook veel experimenten uitvoeren met nieuwe onderwijsvormen, zoals SPOCs waarin je studenten en professionals in dezelfde cursussen bedient. Het vinden van sluitende businessmodellen en onderwijsvormen die aansluiten bij de behoefte van professionals, dat vergt grotere voorinvesteringen dan een universiteit alleen kan opbrengen”..’       
 
Rinnnooy Kan ziet kansen. ‘Het is nog niet te laat. Als je met een goed onderbouwd verhaal bij Minister Bussemaker komt, heb je kans dat ze over de brug komt. Ze staat positief tegenover deze ontwikkeling. Begin met een paar universiteiten. De andere universiteiten zullen aanhaken, omdat ze deze boot niet willen missen.’

De zoektocht naar een duurzaam verdienmodel is geen puur Nederlandse zaak. Ook gerenommeerde Amerikaanse universiteiten worstelen met de vraag hoe ze geld kunnen verdienen met MOOCs die vooralsnog meestal gratis worden aangeboden.
In het kader van die zoektocht is het de vraag of het bedrijfsleven zit te wachten op MOOCs en andere vormen van online onderwijs. En of bedrijven bereid zijn hun portefeuille te trekken.

In dit licht schetste Babette Lammerts, Global HR manager Shell Innovation, de wijze waarop haar werkgever de kennis van de medewerkers op peil houdt. Een kennisvoorsprong is essentieel voor Shell omdat het primaire proces steeds complexer wordt alsmede de competitie:  het wordt steeds lastiger olie en gas uit de grond te halen. Werknemers scholen is essentieel voor Shell. Zowel haar Graduates als ook stijgende pensioenleeftijden vragen om verbeterde employability en continue opleiding. ´In de VS neemt het aantal 70-plusser op de werkvloer al toe’, aldus Lammerts.
Opleidingen die alleen online te volgen zijn, werken niet, is de ervaring van Lammerts. ‘Alleen als er een stok achter de deur is, volgen medewerkers zo’n cursus. Dan moet het bijvoorbeeld een verplichting zijn zoals cursussen over ethics en compliance die medewerkers moeten volgen of HSSE.’
‘Medewerkers vinden cursussen waar ze collega’s kunnen ontmoeten interessanter. Dan leren ze collega’s kennen uit andere landen en kunnen ze netwerken. Bij online is dat toch moeilijker’, aldus Lammerts. Om die reden gelooft ze, net als onderwijsinstellingen, in blended learing, een combinatie van online met fysieke bijeenkomsten.
Ook bij Shell valt het niet mee alle medewerkers te overtuigen van het nut te blijven leren. Vooral als medewerkers lang in het veld actief zijn geweest is het een uitdaging ze te motiveren kennis te nemen van de alweer nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied. ‘Wij hebben het ei van Columbus nog niet gevonden. Ik ben verantwoordelijk voor de Global HR Innovation R&D. Wij merken soms dat het lastig is de kennis die daar wordt ontwikkeld over te brengen op de medewerkers in het veld.  Het overbrengen van nieuwe kennis en innovaties blijft lastig, ook in deze tijden’.

Het groeiende belang van MOOCs confronteert onderwijsinstellingen met nieuwe vraagstukken. Zo vroeg Arie den Boon zich af of universiteiten zich niet te veel uitleveren aan de platforms zoals Coursera en EdX. Hun cursussen staan daar in een rijtje tussen honderden andere MOOCs van universiteiten uit de hele wereld.
De Nederlandse universiteiten hebben niet de indruk dat ze ondersneeuwen en hun identiteit verliezen. ‘We zien juist dat het ons bekender heeft gemaakt in het buitenland’, zegt Prof. dr. Simone Buitendijk van de Universiteit van Leiden. ‘Door een MOOC over terrorisme is bekender geworden dat wij veel kennis hebben op dat terrein.’

Rinnooy Kan vreest evenmin dat Nederlands universiteiten kopje onder gaan tussen grote namen als Harvard, Oxford en MIT. ‘Vertrouw op je eigen kracht. En leg uit waarom je goed bent. Als het rendement van je opleidingen hoog is, moet dat op bladzijde één van je folder staan. Bedrijven willen best meer betalen als daar een betere kwaliteit tegenover staat.’