Op bezoek bij projectcontroller Jonathan in de zandbak van Saudi-Arabië

09 februari 2017

Vanaf een heuvel kijken we hoe langzaam een duin wordt uitgegraven door een grote Caterpillar en verderop beton wordt gestort voor de fundering van een van de vele bunkers. Het is Ramadan en 50 graden.

Los van de gekoelde bouwkeet zijn er geen schaduwplaatsen. Naast de bouwplaats is weinig meer te zien dan zand en steen onder een strakblauwe lucht, met in de verte een verdwaalde wolk. Mensen van diverse nationaliteiten werken gestaag door. Waar wij ons in Nederland soms zorgen maken om arbeidsdiscriminatie van vrouwen zie je hier een duidelijke rolverdeling. Afrikaanse en Aziatische mannen voeren in rustig tempo hun werk uit onder toezicht van enkele Indiase uitvoerders. 

Jonathan en enkele andere Europeanen zijn hier om toe te zien op de kwaliteit en kosten van het project. De lokale opdrachtgevers laten zich hier zelden zien. Het zweet staat hem op het voorhoofd. Wellicht had ik me voor het verlaten van de keet beter kunnen insmeren met zonnebrand. Na de ronde langs het project hebben we alweer snel de behoefte om terug te gaan naar de gekoelde keet en iets te drinken. De werklui moeten nog wat geduld hebben: de zon gaat immers pas over drie uur onder. Toch net wat anders dan de afspraken die ik normaal gesproken als business manager heb op donderdag, zo’n werkbezoek naar Saudi-Arabië.

Werken op 4.500 km reisafstand
Ik ben naar Saudi-Arabië gereisd om een indruk te krijgen van het verloop van het project en om enkele dagen met Jonathan mee te lopen. Eerder leidde hij als controller enkele grote internationale bouwprojecten financieel in goede banen voor een grote aannemer. Deze werkzaamheden zijn vergelijkbaar, alleen is de locatie nu op zo’n 4.500 km reisafstand van Nederland. Nadat hij de opdracht had aangenomen, moest het nodige papierwerk in orde gemaakt worden. Security screenings, verzekeringen, visums en een verblijfplaats. Mede dankzij de ervaring en faciliterende rol van de opdrachtgever is dit vrij soepel verlopen.

In eerste instantie is voor de proeftijd een hotel geregeld. Maar aangezien de opdracht minstens een jaar duurt, is na een maand een woning uitgezocht zodat Jonathans vrouw en kinderen konden invliegen. De keuze voor de locatie had nogal wat voeten in de aarde. Zo moest de compound centraal gelegen zijn met voldoende faciliteiten voor de hele familie, maar niet te ver weg liggen van het hoofdkantoor en een vliegveld. Uiteindelijk viel de keuze op Damman in het oosten van Saudi-Arabië. Dit van oorsprong kleine vissersdorp groeide door de vondst van olievelden in de jaren ‘40 en ‘50 uit tot een metropool met meer dan een miljoen inwoners. Daarnaast was dit de locatie van een miljoenenproject uit zijn portefeuille: de ontwikkeling van een modern winkelcentrum. Met een binnenlandse vlucht is ook het bunkerproject langs de grens met Koeweit en Irak goed bereikbaar.

Wonen op een compound
Na ons bezoek aan de bouwplaats brengt één van Jonathans collega’s ons met zijn Range Rover over een lange zandweg terug naar het vliegveld. Vandaar vliegen we terug naar Damman. Jonathan heeft me uitgenodigd om bij hem op de compound in zijn villa te verblijven. Ze krijgen hier over het algemeen weinig bezoek uit Nederland. Het meeste contact met vrienden en familie verloopt via Skype en Facebook. Voordeel van een aannemer als opdrachtgever is dat Jonathan bij zijn tijdelijke verblijf hier alles gemakkelijk naar wens kon laten aanpassen. Wat later op de avond komen we aan op de compound, waar we al vrij snel aan de couscous zitten met het hele gezin.

De kinderen zijn vandaag naar de British School geweest en zijn vrouw is thuisgebleven. Vrouwen mogen niet op pad zonder een mannelijke begeleider. Vanwege de grote afstanden kosten dagelijkse dingen zoals een supermarkt bezoeken hier veel meer tijd, vertellen ze me. Zo duurt een rit naar het zwembad dat vanaf hun wat hoger gelegen huis net over de muur van de compound zichtbaar is al zo’n 20 minuten. Dit is omdat de ingang van dit complex aan de andere kant zit, waar je vervolgens ook door een security check heen moet.

Cultuurverschillen
Bij de dessert vraag ik hoe hij cultuurverschillen op het werk ervaart. Jonathan vertelt me over enkele zaken die je in Nederland niet zo snel zult tegenkomen. Zo zijn de arbeiders uit bijvoorbeeld India, Bangladesh en de Filipijnen hierheen gekomen als expats. Vanwege de uitzichtloze omstandigheden in hun thuisland proberen ze zo snel mogelijk veel geld te verdienen. Maar omdat ze hun gezin veelal moesten achterlaten, zijn verleidingen zoals gokken groot. Dit kan problemen geven waardoor ze langer dan gepland van huis zijn.

De samenleving is sterk gesegregeerd op basis van cultuur en functieniveau. Naast de arbeiders is er hoogopgeleid jonger personeel uit niet-westerse landen en hoogopgeleid personeel uit westerse landen, veelal met gezin. De laatste groepen mixen overigens wel. De lokale medewerkers leven in een geheel eigen wereld. De verschillende groepen gaan in principe hun eigen weg. Dit wordt deels gestimuleerd door de compounds. Singles wonen vaak in een appartement en gezinnen in een woonhuis. Dan zie je elkaar niet veel, tenzij je iets afspreekt. Op veel scholen wordt de saamhorigheid beter gestimuleerd en gaan ouders van verschillende culturen met elkaar om. 

Levensstijl
De volgende dag is het vrijdag, een vrije dag. In Saudi-Arabië is de werkweek normaliter zes dagen, van zaterdag tot en met donderdag. We gaan met de familie naar het centrum van Dammam. Over het algemeen onderneemt de familie een uitje naar plaatsen met verkoeling, zoals het zwembad op de compound of overdekte winkelcentra waar ook speeltuinen zijn. Onderweg vertelt Jonathan dat het uitgavenpatroon van zijn familie langzaam mee verandert met de levensstijl die ze hier hebben. Ze hebben geen hulp in de huishouding zoals veel andere expats, een bewuste keuze omdat deze over het algemeen in huis woont. Maar een avondje uit eten kost omgerekend al snel zo’n 350 euro.

Gezien de rijstijl van de lokale bevolking ben ik blij dat Jonathan in een grote auto rijdt. We staan even stil voor een rood stoplicht en meteen beginnen de eerste auto’s achter ons ongeduldig te toeteren. Langs de weg staan kraampjes waar zo nu en dan een auto midden op de weg stopt om wat te kopen. Gelukkig zijn we niet veel later bij een van de ‘malls’. Binnen is het aangenaam koel en zijn veel luxe winkels te vinden. Oliesjeiks met hun gevolg kopen er merkkleding, sierraden, luxe artikelen en zelfs auto’s, op dezelfde manier als wij in Nederland inkopen doen in de supermarkt. Nu ik hier toch ben, besluit ik om ook niet met lege handen te vertrekken. Morgen ga ik immers alweer naar huis…

Corné Donkers en Daniel de Lit beiden werkzaam bij ConQuaestor. Corné is werkzaam bij Tata Steel als project cost controller. Daniel de Lit is financial projectcontroller bij COA.

Dit artikel is de eerste in een reeks artikelen over project control in aanloop naar Masterclass