Overheden leren weinig van hun miljoenenmissers

10 februari 2012

Door Theo Besteman ism Thomas Ros, Managing Consultant van ConQuaestor.

Gemeenten leren niet van miljardenechecs zoals de Amsterdamse Noord/Zuidlijn. Ambtenaren en politici zijn bij grotere projecten niet in staat om de kosten binnen de perken te houden. Bij zestig door adviseur Conquestor onderzochte gemeenten blijkt risicobeheer, ondanks wettelijke verplichtingen, niet te werken. „Tegenvallers voelen voor overheden nog te vaak als gratis geld, zij ondervinden de nadelen niet zelf”, verklaart Barbara Baarsma, directeur van onderzoeksbureau SEO.

„Bij gemeenten gaat het niet om hun eigen geld, maar om dat van belastingbetalers. Dan doet een overschrijding niet direct pijn. Anders dan in bedrijven, waar het direct ten laste van je marge en winst gaat”, zo verklaart SEO-directeur Baarsma de reeks overschrijdingen.

Sinds 2004 moeten gemeenten hun weerstandsvermogen, dat financiële dompers moet opvangen, actueel in kaart brengen. „Maar gemeenten geven volmondig toe dat ze het risico nog lang niet goed in beeld hebben”, zegt Thomas Ros van Conquestor, die de zestig gemeenten bekeek. „Vrijwel alle ambtenaren geven aan de interne controles voor de omvang van financiële risico’s onvoldoende te gebruiken”, aldus Ros. „Verontrustend.”

De projecten die tientallen miljoen uitliepen, stapelen zich na de Noord/Zuidlijn weer op. „Slecht onderbouwde projecten worden nog altijd goedgekeurd door het wensdenken van politici”, verklaart een bedrijfseconoom, zelf betrokken bij gemeentelijke projecten, die daarom anoniem wil blijven. „Politici willen scoren en hopen dan dat projecten uiteindelijk rendabel worden, zonder analyses van kosten en baten.”

Net als in bedrijven zijn er voor gemeenten elektronische systemen om financiële rampen vroeg op te sporen. Bij de zestig gemeenten gebruiken weinig ambtenaren zo’n alarmeringssysteem, ook is onduidelijk wie verantwoordelijk is voor tegenvallers, zegt Ros.

Volgens bedrijfskundige Baarsma ontstaan de financiele problemen meestal eerder bij gemeenten dan bij het rijk. „Bij de rijksoverheid kijken meer onafhankelijke instituten als het CPB mee en voorkomen ze ellende. De lokale rekenkamers zetten niet echt door tegenover de gemeenteraad, de checks and balances van risico’s bij lokale overheden zijn ook minder sterk uitgesponnen. De mogelijkheden zijn er wel”, zegt zij, „maar de mores om risico’s te beperken in gemeenten nog niet.”

De recessie versterkt de problemen, zegt Ros. De diepte van de crisis was niet altijd volledig te voorzien. Gemeenten stelden bijvoorbeeld jarenlang grond ter beschikking aan projectontwikkelaars, maar gebouwd wordt er nauwelijks. Ondertussen loopt de rentetikker voor gemeenten door. Volgens bedrijfsadviseur Deloitte kampen 35 anoniem gehouden gemeenten met financiële problemen, een bouwstrop van €2,9 miljard. Deloitte is ook somberder dan in een vergelijkbaar onderzoek uit 2010.

De crisis helpt iets, merkt Baarsma. „Er worden niet veel meer fouten gemaakt dan vroeger. Ze komen door de crisis wel eerder aan het licht, gemeenten zijn nu scherper op hun geld. Als je als gemeente veel middelen hebt, dan gaan die soms als een deken over de kostenoverschrijdingen.”